De Italiëreis, na enkele inleidende bijeenkomsten over Italië, wachtten we vrijdag onrustig op het signaal, waarna we haastig ons materiaal pakten om naar huis te rijden. Een snelle hap, nog wat toiletgerief bijeenscharen, en we vertrokken naar de verzamelplaats van de bus, waar het ontaardde in een klassiek afscheid. Vervolgens begon onze tocht richting het zuiden. Na een stop om zowel de bus als onze magen nog eens vol te tanken, zocht het merendeel een comfortabele plek om te slapen. De stilte in de bus werd enkel verbroken door het occasionele gegniffel omwille van een kwijlende buur. Na de lange busrit arriveerden we in Milaan. Wat ons meteen opviel waren de opdringerige verkopers die achter iedere lantaarnpaal leken te schuilen, om ons zonnebrillen of bij slechter weer paraplu’s aan te smeren. Na Milaan, reden we, met als tussenstop Pisa, verder tot Firenze, de stad waar we driemaal zouden overnachten en waarmee we het meest vertrouwd zouden geraken. We bezochten er een aantal musea en een klooster, en we beklommen de koepel van de Dom, een helse tocht die beloond werd door een prachtig uitzicht over de stad. Na Firenze deden we, weer met een tussenstop in Orvieto, Rome aan, waar we weer een aantal imposante kerken en monumenten bezochten. De volgende halte was alweer richting noorden, het stadje Assisi, waarvan de rust en eenvoud in scherp contrast stond met wat we voordien hadden bezocht. Wanneer we bij de laatste grote stad, Venetië, aankwamen, waren een aantal onder ons al zo uitgeput dat ze de stad met haar prachtige San Marco, Dogenpaleis, en andere bezienswaardigheden niet meer ten volle tot zich konden nemen. We konden met een voldaan gevoel terug naar Vlaanderen keren. |